Filmmaker en collage artist
Ik ben Marit Snepvangers (26) en woon in Utrecht. Als documentairemaker, fotograaf, visueel kunstenaar en kunsteducator onderzoek ik hoe we kijken – naar onszelf, naar elkaar en naar de wereld.
In mijn werk staan vragen centraal als: hoe zien we onszelf en hoe worden we door anderen gezien? Welke kracht en invloed schuilt er in de blik? Wat betekenen autonomie en authenticiteit wanneer we zichtbaar zijn voor anderen? En hoe kunnen we leren met meer empathie, vertrouwen en veiligheid naar elkaar en onze omgeving te kijken?


Met mijn project An Image of Care wil ik de kijker uitnodigen om anders en kritischer naar fotografie te kijken. Op het eerste gezicht lijken dit gewone portretten van jonge mannen, maar achter de beelden gaat een lang en zorgvuldig proces schuil.
Ik fotografeerde jongens tussen de 18 en 25 jaar die wonen en werken op de pedagogische boerderij van de ngo Darna in Tanger. De boerderij is voor hen een veilige plek, waar ze om verschillende redenen terecht zijn gekomen.
Al snel merkte ik dat groepen zoals de jongens op de boerderij door westerse fotografen vaak op een bepaalde manier worden afgebeeld. Hun moeilijke levensverhalen staan meestal centraal, waardoor ze vooral als slachtoffer worden gezien. Dat besefte ik toen verschillende mensen mij vroegen of ik de jongens wilde fotograferen zodat ze hun verhaal konden vertellen.
Die vraag zette me aan het denken. Voor wie maak je zulke beelden eigenlijk? Voor de jongens zelf, of voor ons als publiek? Ik voelde al snel dat ik, als ik voor die aanpak zou kiezen, hen hun eigen regie zou ontnemen.
Daarom besloot ik het anders te doen. Ik wilde de jongens fotograferen zoals zij zelf gezien wilden worden, met respect voor hun grenzen en hun persoonlijke ruimte. De foto's moesten geen beelden van slachtofferschap worden, maar een eerbetoon aan wie zij zijn.
Dat vroeg tijd. Ik sprak geen Arabisch, kende de Marokkaanse cultuur nauwelijks en moest veel van mijn eigen aannames en vooroordelen loslaten.
Voordat ik mijn camera erbij pakte, wachtte ik twee maanden. In die tijd leerde ik de jongens langzaam kennen. Ik liet het contact vanuit hen ontstaan. Ik was aanwezig zonder iets van hen te verwachten en sloot aan bij dagelijkse momenten, zoals samen lunchen en de percussielessen. Langzaam groeide het vertrouwen en leerde ik hun persoonlijkheden kennen.
Pas daarna begon ik met fotograferen. Daarbij had ik een aantal uitgangspunten voor mezelf. Ik wilde niet dat de jongens poseerden. Ik fotografeerde met een 50mm-lens, zodat ik altijd dichtbij genoeg was om toestemming te vragen, maar ook voldoende afstand kon houden om hun persoonlijke ruimte te respecteren. Ik wilde geen spectaculaire of sensationele beelden maken, maar juist de gewone momenten uit hun dagelijks leven vastleggen. Ook koos ik ervoor om hen alleen op de boerderij te fotograferen, zodat ze verbonden bleven met hun eigen omgeving en context.
Deze manier van werken leidde tot een serie foto's en uiteindelijk tot een foto-installatie die ik samen met de jongens maakte. Het werk laat hen zien zoals zij zichzelf mogen laten zien: met waardigheid, autonomie en in relatie tot hun eigen omgeving, zonder hen te reduceren tot een stereotype of een moeilijk levensverhaal.












